zondag 1 april 2007

Legal's Mat

Het meest beroemde voorbeeld dat illlustreert hoe belangrijk het verschil tussen een relatieve en een absolute penning kan zijn is wel de in 1750 in Parijs gespeelde partij tussen De Legal en Saint Brie.

De matzetting is zelfs naar de witspeler vernoemd: Legal's Mat.

In de stelling die ontstaat na 1.e4 e5 2.Lc4 d6 3.Pf3 Lg4 4.Pc3 g6 lijkt het paard op f3 gepend te staan, maar blijkt bij nadere beschouwing gewoon de pion op e5 te kunnen slaan.

De partij kan automatisch nagespeeld worden door op de knop met het zwarte bolletje onder het bord te clicken. Met de andere knoppen kan door de partij worden genavigeerd, het bord omgekeerd of aangegeven worden of ook de variaties al dan niet doorlopen moeten worden.








4. ... g6

1.e4 e5 2.Lc4

Het mat kan ontstaan vanuit diverse variaties, maar in
2.Pf3 Pc6 3.Lc4 d6 4.Pc3 Lg4 5.Pxe5? kan wit's laatste zet beschouwd worden als een blunder, omdat als zwart niet de fatale zet 5...Lxd1?? speelt, maar 5...Pxe5! wit gewoon een stuk weggegeven heeft voor een pion. Na 5...Lxd1?? wint wit ook hier de partij 6.Lxf7+ Ke7 7.Pd5#

2... d6 3.Pf3 Lg4 4.Pc3 g6 5.Pxe5! Lxd1??

5... Le6 is waarschijnlijk zwart's beste zet, maar ook na 6.Lxe6 fxe6 7.Pf3 staat wit hierbij een pion voor. De variatie met 5... dxe5 faalt op 6.Dxg4

6.Lxf7+ Ke7 7.Pd5# 1-0


Het leuke van deze partij is ook dat deze zo goed illustreert dat je de partij kunt verliezen door (zonder verder al te lang na te denken) een dame te winnen. Vooral in dit soort situaties moet je hierop erg beacht zijn.

Het is niet helemaal duidelijk wat nu de originele in 1750 gespeelde partij van Legal was. Weinstein noemt in zijn boek 'Combinations and traps in the opening' de variant met Pc6 en schrijft na de zet Pxe5 dat we Legal hiervoor kunnen excuseren aangezien hij op dat moment 80 jaar oud was.

Geen opmerkingen: