vrijdag 20 oktober 2006

Franse doorschuifvariant


Door de pion in het centrum direct door te schuiven krijgt wit meer ruimte in zowel het centrum als op de koningsvleugel. Hierdoor kan zwart de koningsvleugel moeilijker ontwikkelen en creeert wit hier mogelijkheden voor een stukkenaanval of een pionnenopmars.

Het succes hiervan is afhankelijk van de mate waarop het wit zal lukken dit wat overmoedige centrum, en vooral de basis bij d4, te handhaven. Zwart zal dit zowel met de meeste van zijn stukken als zetten zoals ...c5 en ...f6 proberen te ondermijnen. En hoewel het zwart meestal niet zal lukken dit centrum volledig te verwoesten, blijkt het vaak al voldoende om genoeg druk op d4 en e5 uit te oefenen om de witte stukken in verdedigende posities te dwingen.

Door de gesloten structuur is het voor wit moeilijk om zwakke plekken in de zwarte stelling te vinden die gemakkelijk aangevallen kunnen worden en richting eindspel heeft zwart vaak het voordeel vanwege het zwakke d4 en het feit dat zwart meestal controle over de c-lijn heeft.








5. Pf3

1.e4 e6 2.d4 d5 3.e5 c5

Wit kan nu behalve
4.c3 ook 4.Dg4, 4.dxc5 of 4.Pf3 spelen, maar we beperken ons nu even tot deze hoofdvariant, zeker omdat deze in meer dan 90% van de gevallen wordt gespeeld.

4.c3 Pc6 5.Pf3

Nu heeft zwart de belangrijke keuze tussen
5...Db6 6.a3 (de hoofdvariant) of het uitstellen van deze zet met 5...Ld7, in de jaren 70 door Viktor Korchnoi nieuw leven ingeblazen, en nu een van de hoofdvarianten. Zwart doet een zinnige ontwikkelingszet en wacht even af tot het plan van wit duidelijker wordt. Het voordeel van dit uitstel wordt vooral duidelijk als wit vervolgt met 6.a3. Het gebruikelijke plan van zwart is hier een manoevre Pge7-c8-b6, zodat een dame op b6 alleen maar in de weg zou staan. Het antwoord 6...Db6 op 6.a3 is verder ongeschikt, omdat de dame dan waarschijnlijk naar d8 of c7 terug moet trekken.

Als wit na
Ld7 6.Le2 speelt heeft zwart de keuze uit 6...Pge7 en het in de tweede editie van Play the French gesuggereerde 6...f6, waarin John Watson aangeeft dat dit kan vanwege de passieve loper op e2. Toch lijkt tegenwoordig 6...Pge7 in aanzien te winnen.

5...Ld7 6.Le2 Pge7

Nu heeft wit de keuze uit
7.Pa3 en 7.O-O.

Na
7.Pa3 is het meest logische vervolg 7...cxd4 8.cxd4 Pf5 9.Pc2 Db6 10.O-O a5 wat positief voor zwart lijkt uit te pakken, maar de laatstgenoemde zet is essentieel al is 10...Pa5 hier een alternatief.

Na
7.O-O moet zwart uitkijken. De onmiddelijke ruil op d4 lijkt wit het initiatief op te leveren, maar tactische zetten zoals 7...Pf5 en 7...Pg6 maken het wit erg moeilijk:

7.O-O Pg6 8.g3 f6 9.Ld3 cxd4 10.cxd4 Pb4 11.exf6 gxf6 12.Le2 Lg7 13.Pc3 O-O


Geen opmerkingen: